Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
mensensmokkel
gevangenisstrafvoor de duur van
12(
twaalf) maanden;
Op dinsdag 11 juni 2019 gaf de bestuurder van de personenauto met het kenteken [kenteken] mij, verbalisant, een geldig Deens Vreemdelingenpaspoort met een goed gelijkende foto en voorzien van nummer [nummer] . De bijrijder gaf mij, verbalisant, een asielzoekerspasje van hem, een vrouw en 2 kinderen. Het pasje was afgegeven in Denemarken. Ik hoorde de bestuurder [verdachte] zeggen dat het gezin uitgeprocedeerd was in Denemarken en dat hij wilde helpen om ze naar Frankrijk te brengen.
Ik erken dat ik mensen in mijn auto over de grens heb gebracht die niet over de juiste grensoverschrijdingspapieren beschikken. Ik weet dat dat niet mag.
Ik ken de bijrijders van het AZC. Ze hebben mij gevraagd om ze daar naar toe te brengen en dat heb ik gedaan. Ze hebben gezegd dat ze asiel gaan aanvragen in Frankrijk.
Ik reisde samen met een man, zijn echtgenote en hun twee dochters. Wat ik begreep maakten zij in Denemarken geen kans meer op een verblijfsvergunning en wilden zij proberen om in Frankrijk een verblijfsvergunning te krijgen. Dit wist ik van te voren. Ik wist dat zij geen verblijfsvergunning meer hadden anders waren ze niet naar Frankrijk gegaan.
A: Ik heb geen verblijfsvergunning gekregen. De mensen gaan naar Frankrijk en Engeland.
In de periode van 10 tot en met 11 juni 2019 heb ik de in de tenlastelegging genoemde personen in de door mij bestuurde personenauto vanuit Denemarken en Duitsland naar Nederland vervoerd.