Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 480,00(2 punten x tarief € 240,00)
Rechtbank Overijssel
In deze kort geding procedure vordert eiseres betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag, wettelijke verhoging en verstrekking van loonstroken en bewijsstukken van afdracht premies van haar werkgever. Eiseres is sinds 1 april 2009 in dienst bij gedaagde en meldde zich op 13 maart 2019 ziek. Gedaagde betaalde vanaf 1 maart 2019 een lager netto bedrag dan het bruto loon dat eiseres claimt.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres recht heeft op het bruto loon over de periode 1 tot 13 maart 2019 minus reeds betaalde bedragen. Vanaf 13 maart 2019 is eiseres recht op 75% van haar loon tijdens ziekte, omdat onvoldoende aannemelijk is dat de Horeca-cao van toepassing is. De vordering op basis van de cao wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onzekerheid over toepasselijkheid.
Verder wordt eiseres vakantiebijslag vanaf 1 maart 2017 toegekend, omdat gedaagde niet heeft aangetoond dat het loon inclusief vakantiebijslag is. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil. Gedaagde wordt veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en jaaropgaven inclusief vakantiebijslag, bewijsstukken van afdracht loon- en premieheffing aan belastingdienst en UWV vanaf 1 januari 2017, en bewijs van premiebetaling aan het pensioenfonds. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag, verstrekking van loonstroken en bewijsstukken afdracht premies, en in de proceskosten.