Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
niet, of niet binnen de door de Inspecteur der belastingen/Belastingdienst gestelde termijn heeft gedaan, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n), dat te weinig belasting werd geheven, terwijl hij, verdachte, al dan niet samen met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafbare feit opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging;
niet, of niet binnen de door de Inspecteur der belastingen/Belastingdienst gestelde termijn heeft gedaan, terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekte(n), dat te weinig belasting werd geheven;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
nietdoen van de aangiften loonbelasting. Dit feit heeft derhalve betrekking op alle werknemers van de [stichting 1] voor wie geen aangifte loonbelasting is gedaan. Feit 2 heeft blijkens de bewoordingen in de tenlastelegging betrekking op o
njuist en/of onvollediggedane aangiften loonbelasting (en niet op in het geheel niet gedane aangiften). Daarom leest de rechtbank de tenlastelegging van feit 2 aldus dat dit verwijt alleen betrekking heeft op de ten aanzien van [naam 2] en [naam 3] gedane aangiften loonbeslasting.
De afspraak was dat hij bijles geeft en hij verzorgt de loonadministratie. [naam 5] verzamelt de uren, deelt dat in Excel met [naam 1] , [naam 1] berekent de bedragen die hij weer met mij deelt. Deze werkzaamheden doet hij al heel lang, sinds 2000. Verder zijn er geen afspraken, behalve als een medewerker een vraag heeft over het berekend bedrag dan verwijs ik die medewerker naar [naam 1] ”. [13]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;