Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Vonnis van 30 oktober 2019
[eiser] ,
De weergave van het procesverloop
Akte uitlating deskundigenbericht tevens akte van wijziging van eis”. [gedaagde] heeft dat op 3 april 2019 gedaan door het in het geding brengen een “
akte uitlating deskundigenbericht”. [eiser] heeft vervolgens op 1 mei 2019 een nieuwe wijziging van eis verzocht met de “
Akte uitlating deskundigenbericht tevens akte
De verdere beoordeling van het geschil
Schade (vervolg)
dat het verwijderen van de buitenspouwmuur en het PUR-schuim en het weer opbouwen van de spouwmuur de enige herstelmethode is die nog resteert.” (zie onder het hoofdje “
Schade”, het slot van overweging 5.32 alsmede de daarop volgende overwegingen in het vonnis van 15 augustus 2018). De rechtbank heeft het voor het aldus in financiële zin vaststellen van de schade noodzakelijk geoordeeld dat zij wordt voorgelicht door een deskundige.
De nageïsoleerde gevels zijn ingemeten. Het totaal nageïsoleerde geveloppervlak bedraagt circa 770 m2. Een deel van de toren grenst niet aan de buitenlucht waardoor het buitenblad niet aan regen wordt blootgesteld en dus niet nat kan worden (binnen-binnensituatie). Op deze locaties hoeft de isolatie niet te worden verwijderd. Het oppervlak van het nageïsoleerde metselwerk dat grenst aan buitenlucht bedraagt circa 650 m2. Bij deze gevels is het noodzakelijk het complete buitenblad en de PUR isolatie te verwijderen tot op het binnenblad. Alle dakaansluitingen met opgaand metselwerk moeten worden voorzien van spouwslabben en/of loketten. Op deze wijze kan water in de spouw na herstel adequaat naar buiten worden afgevoerd. Plaatselijk moet aan de binnenzijde herstel worden gepleegd aan het stucwerk.
In de kostenraming zijn alle werkzaamheden opgenomen die noodzakelijk zijn om het complete buitenblad te vervangen. In de kostenraming zijn geen kosten opgenomen voor het aanbrengen van nieuwe spouwisolatie. Deze was immers voor het na-isoleren ook niet aanwezig. Ervan uitgaande dat 650 m2 metselwerk moet worden vervangen, zijn de kosten hiervan als volgt:
In de berekening is uitgegaan van een doorlooptijd van (..) 40 weken. Het aantal stenen bedraagt 135 stuks per m2 (inclusief 15% verlies) en een prijs per stuk van € 1,10 exclusief BTW. De huidige Friese geeltjes zijn gemetseld met een cement houdende mortel. Deze zijn niet geschikt voor hergebruik of voor verkoop en hebben geen restwaarde en moeten worden afgevoerd. De spouwankers kunnen niet worden hergebruikt. Deze raken beschadigd tijdens de sloop. Er is gerekend met nieuwe boorankers waarbij 4 per m2 als uitgangspunt is gehanteerd. In de berekening is geen spouwisolatie en de verwerking daarvan opgenomen. Het oppervlak van het metselwerk dat grenst aan een binnenruimte bedraagt 120 m2. De isolatie behoeft hier niet te worden verwijderd. Voorwaarde is dat overal loodslabben boven de te handhaven isolatie worden aangebracht. In de kostencalculatie is hiervan uitgegaan.”.
4.3. Metselmortel
vrijwel alle werkzaamheden”worden uitbesteed aan onderaannemers (zie diens rapport op pagina 12, onder “Algemeen”), wat een kostenverhogende factor is waarmee (dus) in de raming rekening is gehouden. Bij uitvoering door (alleen) een gespecialiseerd metselbedrijf kunnen de kosten naar zeggen van de deskundige aanmerkelijk lager uitvallen. Aldus is door de deskundige een ruime marge toegepast in het voordeel van [eiser] , wat hem immers meer keuzevrijheid geeft bij het aanbesteden van het herstelwerk. Het is - zo begrijpt de rechtbank de deskundige - bepaald niet denkbeeldig dat [eiser] dit herstelwerk “kan wegzetten” voor een duidelijk lager bedrag dat de deskundige thans heeft begroot voor herstelkosten. Die ruimte brengt naar het oordeel van de rechtbank tevens mee dat er geen aanleiding is om – gelijk door [eiser] nader is verzocht – alsnog een (vervolg)bouwindex toe te passen op de materiaal- en arbeidskosten, opdat de kosten daarvan worden rechtgetrokken naar het moment waarop de betreffende voor het herstel vereiste materialen moeten worden aangeschaft en arbeid moet worden geleverd.