ECLI:NL:RBOVE:2019:4385
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens onvoldoende concrete last onder dwangsom brandwerendheid doorvoeringen
Verzoeker, eigenaar van een pand te Nijverdal, werd door het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn aangeschreven om binnen acht weken aan te tonen dat doorvoeringen minimaal 30 minuten brandwerend zijn uitgevoerd, onder dreiging van een dwangsom. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze last en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing.
De voorzieningenrechter constateerde dat het primaire besluit onvoldoende concreet aangeeft welke voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 niet zijn nageleefd. Verweerder kon dit formele gebrek in de bezwaarprocedure herstellen, maar de last onder dwangsom bleef onduidelijk over de exacte eisen. Verzoeker had weliswaar bewijsstukken aangeleverd, maar verweerder had niet onderzocht waarom deze onvoldoende zouden zijn.
Gezien het voorlopige karakter van de voorziening en het ontbreken van concrete aanwijzingen dat de maatregelen onvoldoende zijn, weegt het belang van verzoeker bij het voorkomen van dwangsommen zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke handhaving. Daarom werd het primaire besluit geschorst tot de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt. Verzoeker krijgt tevens het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het last onder dwangsom wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar bekend is.