ECLI:NL:RBOVE:2019:4473
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H. Banda
- W.F. Bijloo
- M. van Loenen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wlz-indicatie voor jeugdige met ernstige meervoudige problematiek
De ouders van een jeugdige met het syndroom van Apert hebben een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de jeugdige een blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De jeugdige heeft ernstige lichamelijke en verstandelijke beperkingen en volgt speciaal onderwijs. De medisch adviseur van het CIZ concludeerde dat er nog geen eindsituatie is bereikt in haar medische en cognitieve ontwikkeling, mede vanwege geplande operaties en de mogelijkheid tot verdere zelfstandigheid.
De ouders betoogden dat de jeugdige wel degelijk blijvend 24-uurs zorg nodig heeft vanwege haar ernstige beperkingen en toekomstige medische behandelingen. De rechtbank oordeelt dat het CIZ terecht heeft geoordeeld dat de blijvende behoefte aan 24-uurs zorg niet is komen vast te staan en dat de jeugdige andere zorgmogelijkheden via de Zorgverzekeringswet en Jeugdwet kan benutten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel en kan binnen zes weken worden bestreden bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het CIZ om geen Wlz-indicatie toe te kennen wordt ongegrond verklaard.