Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Inschrijving onteigeningsvonnis
4.Het deskundigenrapport
5.De verdere beoordeling
€ 19.670,50kosten deskundige bijstand door H. Leferink
6.Slotsom
- 1.500,00
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een onteigeningsprocedure waarbij de Staat der Nederlanden een agrarisch perceel nabij het XL Businesspark in Almelo heeft onteigend. De rechtbank heeft het tussenvonnis van 25 april 2018 gevolgd waarin de onteigening vervroegd werd uitgesproken en deskundigen werden benoemd om de schadeloosstelling te begroten.
De deskundigen taxeerden de waarde van de onteigende grond op €7,50 per m2, wat neerkomt op €129.780,00. De rechtbank volgde dit advies, ondanks dat de gedaagde hogere waarderingen had voorgesteld. De rechtbank verwierp een vergoeding voor vrijkomende bodembestanddelen omdat winning technisch niet rendabel is door de noodzaak van een damwand.
Verder werd een waardevermindering van het overblijvende perceel van €1.750,00 meegenomen, evenals bijkomende schade van €1.500,00. De rechtbank wees een door gedaagde gevorderde waardevermindering van het bouwblok af wegens onvoldoende onderbouwing.
De Staat werd veroordeeld tot betaling van het verschil tussen het voorschot en de vastgestelde schadeloosstelling, vermeerderd met rente. Tevens werden kosten van juridische en deskundige bijstand van in totaal €23.868,45 en kosten van door de rechtbank benoemde deskundigen van €24.087,47 toegewezen. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en op 4 december 2019 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van €13.944,66 plus rente en kosten als schadeloosstelling voor onteigende agrarische grond.