Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
721,00(1 punt x tarief € 721,00)
Rechtbank Overijssel
ABN Amro vorderde betaling van een kredietbedrag en rente van een kredietnemer, maar kon geen geldige ingebrekestelling overleggen voorafgaand aan de vervroegde opeising van het krediet. De rechtbank oordeelde dat zonder een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn de opeising niet rechtsgeldig was, waardoor de primaire vordering werd afgewezen.
Subsidiair vorderde ABN Amro ontbinding van de kredietovereenkomst wegens ernstige tekortkoming van de kredietnemer. De rechtbank ontbond de overeenkomst en begrootte de schadevergoeding op basis van het uitstaande krediet en een gematigde rente van 8% per jaar tot de datum van ontbinding, met daarna wettelijke rente.
De rechtbank wees de hogere overeengekomen rente na ontbinding af omdat de algemene voorwaarden geen expliciete vertragingsvergoeding bevatten. De proceskosten werden toegewezen aan ABN Amro. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt ontbonden en de kredietnemer veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, rente en proceskosten.