Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser] ,wonende te [plaats] ,
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
KORAY B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,
Rechtbank Overijssel
Eiser c.s. kochten in 2019 percelen waarop een huurovereenkomst met Koray B.V. van kracht is voor een tandartsenpraktijk. De huurovereenkomst uit 2014 vermeldt een aanvangshuurprijs van € 3.450,00 per maand met jaarlijkse indexatie. Koray betaalde echter slechts € 2.450,00 per maand, stellende dat een aanhangsel uit 2016 een lagere huurprijs zonder inventaris vastlegt.
Eiser c.s. vorderden in kort geding betaling van het hogere bedrag van € 3.591,45 per maand, ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten. Koray betwistte de vordering en stelde dat de huurprijs correct was aangepast.
De kantonrechter oordeelde dat in kort geding onvoldoende bewijs kon worden geleverd om met grote waarschijnlijkheid vast te stellen welke huurprijs geldt. De vraag of het aanhangsel bindend is, vereist nader feitenonderzoek dat in een bodemprocedure thuishoort. Daarom werden de vorderingen afgewezen.
De kosten van de procedure werden aan eiser c.s. opgelegd. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en op 30 december 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen tot huurprijsaanpassing en betaling van achterstallige huur zijn afgewezen wegens onvoldoende bewijs in kort geding.