De rechtbank Overijssel heeft op 19 november 2019 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar. De bewindvoerder had dit verzoek ingediend omdat de schuldenaar opnieuw zijn verplichtingen niet nakwam en nieuwe schulden had laten ontstaan. De schuldenaar erkende het niet nakomen van zijn verplichtingen en gaf aan dat hij moeite heeft met het naleven van de regeling.
Tijdens de zitting bleek dat de schuldenaar onvoldoende informatie aan de bewindvoerder verstrekte en dat er een achterstand in de boedelafdracht was van €830,65. Daarnaast waren er nieuwe schulden ontstaan bij Menzis en GGN ter hoogte van circa €1.500, en mogelijk ook bij Essent. Hoewel recent beschermingsbewind was ingesteld, achtte de rechtbank dit onvoldoende om de regeling voort te zetten.
De rechtbank oordeelde dat de tekortkomingen van de schuldenaar ernstig en verwijtbaar waren, mede omdat hij al eerder op zijn verplichtingen was gewezen. Gezien de financiële situatie en het ontbreken van een voorstel tot herstel, werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd en zal deze worden gevolgd door een faillissement. Tevens werd de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld en de aanstelling van een curator en rechter-commissaris geregeld.