ECLI:NL:RBOVE:2019:5046
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens lopende alcoholbehandeling en strafzaak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €30.000, waarvan een groot deel is ontstaan door bijstandsfraude en boetes. Uit onderzoek blijkt dat verzoeker in juni 2019 betrokken was bij een alcohol/verkeersdelict en momenteel in een kliniek wordt behandeld voor zijn alcoholverslaving. De behandeling is nog niet afgerond en de strafzaak is nog niet berecht.
De rechtbank constateert dat vanwege de lopende behandeling en onduidelijkheid over het resultaat daarvan, niet kan worden vastgesteld of verzoeker in staat is om aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling te voldoen. Ook al is er beschermingsbewind ingesteld, dit verandert niets aan de onstabiele situatie.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 aanhef Pro onder c van de Faillissementswet. Deze afwijzing is in het belang van verzoeker, omdat toelating tijdens een onstabiele periode kan leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling en langdurige uitsluiting van een nieuwe regeling.
Verzoeker is 33 jaar, alleenstaand en ontvangt een WIA-uitkering aangevuld tot bijstandsniveau. De rechtbank benadrukt het belang van een stabiele situatie voor het succesvol doorlopen van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens lopende alcoholbehandeling en onberechte strafzaak.