Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- [X] , € 2.290,00, ontstaan in 2018;
- NL Energie, € 3.253,23, ontstaan in 2018.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster, een 53-jarige gescheiden vrouw zonder werk en met een Participatiewet-uitkering, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €46.000. De schulden zijn deels ontstaan tijdens beschermingsbewind, dat sinds maart 2016 van kracht is.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw is geweest. Zij heeft tijdens het beschermingsbewind nieuwe schulden laten ontstaan, waaronder een schuld aan NL Energie en een schuld door diefstal van haar pas, waarbij zij nalatig was in het beperken van de schade. Tevens werkt zij niet en zoekt geen betaalde baan, ondanks de omvang van haar schulden.
Daarnaast ontbreekt een medische verklaring die haar arbeidsongeschiktheid onderbouwt en is onduidelijkheid over haar strafblad, waarbij een recente veroordeling wegens diefstal wordt vermoed. Verzoekster heeft geen saneringsgezinde houding getoond en heeft essentiële informatie niet verstrekt. De rechtbank concludeert dat er geen waarborg is voor een stabiele financiële situatie en dat zij niet zal voldoen aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling. Daarom wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goeder trouw en geen waarborg voor nakoming.