ECLI:NL:RBOVE:2019:5053
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens redelijke betalingsregeling
Verzoekster, een 48-jarige gescheiden vrouw met een Participatiewet-uitkering van €978,90 per maand, heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Haar schuld bij één schuldeiser, Hoist Finance, bedraagt €24.473,62. De schuld is deels ontstaan door haar ex-partner en de restschuld van de hypotheek is voldaan via de Nationale Hypotheek Garantie.
De schuldeiser heeft een tegenvoorstel gedaan voor een betalingsregeling van €75 per maand gedurende 72 maanden, wat redelijk en haalbaar blijkt binnen het budget van verzoekster. De beschermingsbewindvoerder bevestigt dat er financiële ruimte is om deze regeling te dragen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 288 lid 1 sub a Faillissementswet Pro onvoldoende aannemelijk is dat verzoekster niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. Daarom wordt het verzoek tot toelating van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
De uitspraak is gedaan na behandeling ter terechtzitting op 11 november 2019 en schriftelijke correspondentie van de beschermingsbewindvoerder.
De beslissing is uitgesproken op 18 november 2019 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens een redelijke en haalbare betalingsregeling.