Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
tussentijdse beëindiging schuldsanering
[belanghebbende] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- een schriftelijke verduidelijking van de inkomsten betreffende de maanden maart en april 2019, indien mogelijk onderbouwd met specificaties;
- een schriftelijke opgave van de schuld aan Ben;
- een schriftelijke opgave van de huurtoeslagschuld 2019.
- of achterstanden in afdracht aan de boedel en nieuwe schulden volledig zijn afgelost;
- of [belanghebbende] de overige verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling is nagekomen.
- de bewindvoerder heeft naar aanleiding van de definitieve beschikking toeslagen voor 2018 de vrij te laten bedragen herberekend en vastgesteld dat er over 2018 € 900,-- te weinig is afgedragen aan de boedel. Deze achterstand is inmiddels voldaan.
- de teruggave inkomstenbelasting over 2018 van € 768,-- is niet aan de boedel afgedragen en er is ook geen voorstel gedaan voor een betalingsregeling;
- er is geen informatie verstrekt over de inkomsten van [belanghebbende] in maart, april, juni, juli en augustus 2019, zodat de nog aan de boedel te verrichten afdracht over 2019 niet kan worden vastgesteld. De informatie betreffende de maanden juni tot en met augustus 2019 is bij email van 25 juli 2019 door de bewindvoerder bij [belanghebbende] en de beschermingsbewindvoerder opgevraagd;
- de bewindvoerder heeft [belanghebbende] en de beschermingsbewindvoerder bij email van 25 juli 2019 eveneens verzocht een herberekening te maken van de toeslagen over 2019, zodat de te nog te verrichten boedelafracht over 2019 kan worden vastgesteld. [belanghebbende] en de beschermingsbewindvoerder hebben niet gereageerd op dit verzoek;
- de hoogte van de nieuwe schuld aan Ben zou € 533,32 bedragen;
- na een email van [belanghebbende] van 23 juli 2019 heeft de bewindvoerder niet meer van [belanghebbende] vernomen. Het is de bewindvoerder onbekend of [belanghebbende] nog betaalde arbeid verricht of is ziekgemeld.