ECLI:NL:RBOVE:2019:5059
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en vermoeden Ponzi-fraude
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van een ondernemer tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De ondernemer exploiteert sinds 2002 een eenmanszaak in hypotheek- en kredietbemiddeling en financiële advisering. Hij gaf aan dat zijn financiële problemen zijn ontstaan door wetswijzigingen en personeelskosten, maar voerde een herstructurering door en stelde dat de onderneming in afgeslankte vorm winstgevend is.
De schuldenlast bedroeg circa €865.000, waarvan ruim €712.000 aan particuliere schuldeisers. Diverse schuldeisers en hun vertegenwoordigers stelden dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan en wezen op een Ponzi-constructie waarbij geleend geld werd gebruikt voor eigen onderneming en persoonlijke doeleinden, en niet voor externe investeringen.
De rechtbank oordeelde dat de ondernemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De schuldeisers zijn onder valse voorwendselen overgehaald geld te lenen, terwijl de ondernemer wist dat hij niet zou kunnen aflossen. Ook het voortzetten van de onderneming in afgeslankte vorm en het recent leasen van een nieuwe auto getuigen van een zeer gebrekkige moraal.
Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af, met verwijzing naar artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en gebrekkige moraal.