Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- CJIB ad € 2.999,--, drie WHAV-boetes, 2013, 2015 en 2016;
- belastingdienst ad € 20.961,34, onderverdeeld in:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €55.000, waaronder kinderopvangtoeslag en motorrijtuigenbelasting. De belastingdienst betwist de goede trouw van verzoekster, omdat zij onjuiste gegevens verstrekte en geen bezwaar maakte tegen terugvorderingen.
De Gemeentelijke Krediet Bank (GKB) beëindigde het budgetbeheer wegens een structureel instabiele financiële situatie en gebrek aan contact met verzoekster. Verzoekster werkt parttime en heeft een burn-out, maar heeft onvoldoende actie ondernomen om haar financiële situatie te stabiliseren.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt te goeder trouw te zijn geweest bij het ontstaan van de schulden en dat er gegronde vrees bestaat dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Daarom wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsanering wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvermogen tot nakoming.