Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
4 februari 2019.
2.De tenlastelegging
(subsidiair)daaraan medeplichtig is geweest;
(subsidiair)daaraan medeplichtig is geweest;
(subsidiair)daaraan medeplichtig is geweest;
hij op of omstreeks 20 juni 2018 te Schuinesloot, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, ongeveer 2,5 liter amfetamineolie, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
zoutzuur, mierenzuur, fosforzuur, en/of methanol (totaal ongeveer 20.000 liter) opgeslagen en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of
voorhanden heeft/hebben gehad;
zoutzuur, mierenzuur, fosforzuur, en/of methanol (totaal ongeveer 20.000 liter) opgeslagen en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of
4 (vier) patroonmagazijnen, en/of munitie van categorie III, te weten:
82 (tweeëntachtig) patronen, van verschillend kaliber, 9mm Luger, voorhanden heeft gehad;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week;
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2019.