Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
doodslag.
Rechtbank Overijssel
Op 3 augustus 2018 bracht verdachte zijn slachtoffer met een messteek in de borst om het leven. De rechtbank Overijssel oordeelde dat verdachte handelde uit noodweerexces, waarbij hij de grenzen van noodzakelijke verdediging overschreed door een disproportionele steek toe te brengen.
Bewijs bestond uit getuigenverklaringen die een stekende beweging bevestigden, en forensisch onderzoek dat het letsel aan de borst van het slachtoffer aantoonde. Verdachte ontkende opzet op de dood, maar erkende het steken. De rechtbank concludeerde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op dodelijk letsel aanvaardde.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een onmiddellijke en wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer, die onder invloed van alcohol probeerde de woning binnen te dringen en agressief was. Verdachte en zijn gezin verkeerden in gevaar, en vluchten was geen optie.
Hoewel het gebruik van een mes disproportioneel was, slaagde het beroep op noodweerexces omdat het handelen van verdachte het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de aanranding. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
De vorderingen van benadeelden werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, aangezien verdachte niet strafbaar werd gesteld. Proceskosten werden gecompenseerd, en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces ondanks bewezen doodslag.