ECLI:NL:RBOVE:2019:753
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling na ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres dat zij binnen 24 uur na betekening van het vonnis haar werkzaamheden als bestuurder op de gebruikelijke wijze kan hervatten, evenals een mededeling aan betrokkenen over haar rehabilitatie. De kantonrechter heeft echter gelijktijdig met de behandeling van dit kort geding een beschikking gegeven waarbij de arbeidsovereenkomst tussen partijen is ontbonden per 1 augustus 2019 vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter overweegt dat de gevorderde voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat deze uitgaat van voortzetting van de arbeidsovereenkomst, hetgeen in strijd is met de ontbinding en de daarvoor gegeven gronden. Ook de gevorderde mededeling is daarom niet toewijsbaar.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten, waarbij het laagste tarief wordt toegepast gezien de aard van het geschil. Het vonnis is uitgesproken door kantonrechter C.H. de Haan op 11 februari 2019.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.