ECLI:NL:RBOVE:2019:863
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid handhaving hinder door laden en lossen vrachtauto's bij bouwbedrijf
Eiser verzocht verweerder handhavend op te treden tegen het laden en lossen van vrachtauto's bij een bouwbedrijf, omdat dit de openbare weg blokkeert en de verkeersregels overtreedt. Verweerder verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en stelde geen bevoegdheid te hebben, omdat verkeershandhaving aan de politie toekomt.
Eiser maakte bezwaar en verwees daarbij naar artikel 4:6b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Wierden 2016, dat volgens hem wel handhavingsbevoegdheid aan verweerder verleent. De rechtbank beoordeelde of deze verwijzing een uitbreiding van het verzoek was en concludeerde dat dit niet het geval was, zodat verweerder hierop had moeten beslissen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4:6b APV destijds niet alleen op geluidhinder, maar op (geluid)hinder in het algemeen ziet. Verweerder had zich ten onrechte niet bevoegd geacht om handhavend op te treden tegen hinder anders dan geluidhinder. Daarom werd het besluit deels vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de nieuwe APV 2019 geldt die alleen geluidhinder betreft. Omdat het verzoek betrekking heeft op blokkeren van de weg, is verweerder op grond van de nieuwe APV niet bevoegd om handhavend op te treden.
De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit deels vernietigd omdat verweerder ten onrechte meende niet bevoegd te zijn om handhavend op te treden tegen hinder door laden en lossen op grond van artikel 4:6b APV.