ECLI:NL:RBOVE:2019:939
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen rechters rechtbank Overijssel
Verzoeker diende twee wrakingsverzoeken in tegen rechters van de rechtbank Overijssel, waaronder mr. Cornelissen. Het eerste verzoek betrof wraking van alle rechters in Nederland inclusief de Hoge Raad, wat niet ontvankelijk werd verklaard omdat wraking alleen kan zien op rechters die betrokken zijn bij een specifieke zaak.
Het tweede verzoek richtte zich tegen mr. Cornelissen, omdat verzoeker meende dat de zaak onjuist was behandeld en dat mr. Cornelissen niet onpartijdig zou zijn. Verzoeker stelde dat hij geen inzage had gekregen in stukken die door een geheimhoudingskamer waren beoordeeld en dat de procedure ondoorzichtig was.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De behandeling door de geheimhoudingskamer was volgens de wet geregeld en verzoeker was voldoende op de hoogte van de procedure. Daarom werd het tweede wrakingsverzoek afgewezen.
De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in het eerste verzoek en wees het tweede verzoek af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2019 en hiertegen staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek tot wraking van alle rechters niet-ontvankelijk verklaard en wraking van mr. Cornelissen afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.