4.4Het oordeel van de rechtbank
Vaststaande feiten
De rechtbank stelt op grond van de in de bijlage bij dit vonnis genoemde bewijsmiddelen het volgende vast.
Op 15 juni 2019, omstreeks 23.18 uur belt de getuige [getuige 3] de politie en meldt dat er een ruzie gaande is in de woning van verdachte op het adres [adres 2] te Nijverdal. [naam 1] ( [naam 1] ) is die avond in de woning van verdachte geweest. [naam 1] bekent dat hij met pepperspray heeft gespoten. Verdachte zou eerder die dag het broertje van [naam 1] hebben geslagen. Hij ontkent dat hij iets met drugs of pillen te maken heeft en verklaart dat hij geen pillen in de woning van verdachte heeft rondgestrooid. Bij aankomst van de politie is er niemand meer in de woning aanwezig. In de woning ruikt het niet alleen naar pepperspray, maar er wordt ook een sterke wietlucht waargenomen. Verder zien de verbalisanten verspreid over de grond, groene pillen liggen. Hierop is de woning doorzocht. Tijdens de doorzoeking zijn er hoeveelheden, kennelijk verdovende middelen aangetroffen die door het team forensische opsporing van de politie en door het NFI zijn onderzocht.
Het resultaat van deze onderzoeken is dat er in totaal 16,72 gram cocaïne, 43,68 gram MDMA zowel in pil- als in kristalvorm, en 943,8 gram hennep/hasj in de woning van verdachte is aangetroffen. De politie heeft daarnaast in die woning ook een doos gevuld met ongeveer 1000 (lege) gripzakjes, drie weegschalen, ongeveer € 908,- aan contant geld en een Apple iPhone 6 aangetroffen. De Apple iPhone 6 met telefoonnummer [telefoonnummer 1] is onderzocht. De naam die bij dit telefoonnummer staat is “ [alias verdachte] ”. Uit het onderzoek blijkt dat er een aantal WhatsAppberichten is verstuurd door diverse personen aan “ [alias verdachte] ” waarbij er door die personen hasj, wiet en sporadisch MDMA bij “ [alias verdachte] ” werd besteld. De termen MDMA en XTC worden wisselend gebruikt om dezelfde stof aan te duiden.
De politie heeft diverse personen die via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] verdovende middelen bij “ [alias verdachte] ” hebben besteld, als getuige gehoord.
De getuige [getuige 1] heeft op 15 juni 2019 “ [alias verdachte] ” geappt met de vraag of hij “snoepjes” had. Met snoepjes bedoelt hij XTC. “ [alias verdachte] ” kent hij in het dagelijks leven als [verdachte] . Hij heeft in totaal vijf of zes keer XTC bij [verdachte] gekocht.
De getuige [getuige 4] kreeg vier jaar terug ‘via via’ het telefoonnummer van een dealer genaamd “ [alias verdachte] ”. “ [alias verdachte] ” leverde wiet. De naam van deze jongen is [verdachte] . De drie daarop volgende jaren heeft hij weleens wiet en hasj van [verdachte] afgenomen.
Ook de getuigen [getuige 5] , [getuige 6] en [getuige 2] kochten wiet of hasj bij “ [alias verdachte] ”. Zij weten dat “ [alias verdachte] ” de bijnaam is van een jongen die [verdachte] heet.
De getuige [getuige 5] is op 17 juli 2019 door de politie gehoord. Zij heeft ongeveer een jaar geleden het telefoonnummer van “ [alias verdachte] ” gekregen.
De getuige [getuige 2] koopt sinds anderhalf jaar bij [verdachte] . Vóór de zomer, op 15 juni 2019 heeft hij één keer twee pillen XTC bij [verdachte] gekocht.
Door de politie is ook afnemer [getuige 7] gehoord. Hij heeft geen getuigenverklaring willen afleggen, maar heeft wel tegenover de verbalisanten verklaard dat hij via het telefoonnummer [telefoonnummer 1] twee keer wiet heeft gekocht bij een dealer die zich “ [alias verdachte] ” noemt.
De getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij verdachte op 15 juni 2019 via Snapchat heeft gebeld en vervolgens heeft geappt. [getuige 3] wilde hasj kopen bij verdachte.
MDMA
[naam 1] ( [naam 1] ) die op 17 juni 2019 ‘s avonds in de woning van verdachte is geweest ontkent stellig dat hij iets met de aangetroffen drugs en pillen te maken heeft. Het scenario zoals door verdachte geschetst, dat [naam 1] die avond met pillen heeft gestrooid in zijn woning, wordt door niemand anders bevestigd. De getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij niet weet of [naam 1] de pillen bij zich had. De verklaring van verdachte is dan ook ongeloofwaardig en daarmee niet aannemelijk geworden. De rechtbank heeft bij dit oordeel ook betrokken dat de verklaring van verdachte over de gebeurtenissen die avond en de aanwezigheid van personen niet consistent is. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van zowel de (23) pillen met de uiltjes afdruk (6,81 gram), de kristallen (22,71 gram) als de (35) pillen met de Trump afdruk (14,16 gram). Totaal 43,68 gram MDMA (XTC).
Cocaïne
De verklaring van verdachte dat hij niet meer dan zeven à acht gram cocaïne in zijn woning had voor eigen gebruik en dat de rest van de cocaïne door iemand anders in zijn woning is achtergelaten, is ongeloofwaardig en wordt weersproken door de inhoud van de bewijsmiddelen. Met name door de omstandigheid dat ponypacks met inhoud zijn aangetroffen in een kluisje, in een keukenlade en in een jas die op een barkruk lag. Verdachte heeft verklaard dat hij alleen in de woning woont. Gelet hierop kan verdachte verantwoordelijk worden gehouden voor de volledige hoeveelheid cocaïne die in zijn woning is aangetroffen. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor de stelling dat de jas die in de woning is aangetroffen van iemand anders was dan van verdachte. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde “opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van in totaal 16,72 gram cocaïne”.
Uit het voorgaande volgt dat feit 1 naar het oordeel van de rechtbank bewezen is. Voor het bestanddeel “medeplegen” bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.
De verweren worden weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.
Dit feit is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen met uitzondering van het bestanddeel “medeplegen” en behoeft geen nadere bespreking. Verdachte heeft dit feit ter terechtzitting bekend en nadien is door of namens hem geen vrijspraak bepleit.
XTC/MDMA
Verdachte, die zich “ [alias verdachte] ” noemde, heeft op 15 juni 2019 aan [getuige 1] en [getuige 2] XTC/MDMA pillen verkocht. [getuige 1] heeft vijf of zes keer eerder XTC/MDMA bij verdachte gekocht. Op grond hiervan en op grond van de in de woning aangetroffen hoeveelheden XTC/MDMA, (lege) gripzakjes, weegschalen en een contant geldbedrag van € 908,- oordeelt de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de verkoop, het afleveren en verstrekken van XTC/MDMA. Voor het bestanddeel “medeplegen” bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten, zodat verdachte van dit deel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.
Cocaïne
Uit het dossier volgt niet dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen die zien op het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren en/of verstrekken van cocaïne, zodat verdachte ten aanzien van dat onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.
Uit de inhoud van de bewijsmiddelen staat vast dat verdachte (blijkens de verklaringen van [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 2] ) in elk geval één jaar of langer wiet en hasj heeft verkocht. In de tenlastelegging wordt verdachte kort gezegd verweten dat hij op tijdstippen in de periode 1 juni 2017 tot en met 17 juni 2019 opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep. Onduidelijk is hoeveel verdachte exact heeft verkocht, maar blijkens het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de bewijsmiddelen heeft verdachte in totaal in elk geval meer dan 30 gram hennep/hasj verkocht, afgeleverd en/of verstrekt. Onder die omstandigheid kan naar het oordeel van de rechtbank in elk geval worden bewezen dat verdachte opzettelijk meer dan 30 gram hennep/hasj heeft verkocht, afgeleverd en verstrekt. Dit is een misdrijf. Het onder 4 ten laste gelegde misdrijf is dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Het verweer wordt verworpen.
XTC/MDMA
Uit de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte in elk geval op 15 juni 2019 aan [getuige 1] en [getuige 2] XTC/MDMA pillen heeft verkocht. [getuige 1] heeft vijf of zes keer eerder XTC/MDMA bij verdachte gekocht. Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk XTC/MDMA heeft verkocht en afgeleverd.
Cocaïne
Uit het dossier blijkt niet dat verdachte ook cocaïne heeft verkocht zodat hij ten aanzien van dit onderdeel van de ten laste legging wordt vrijgesproken.