Een uitzendkracht was sinds 3 januari 2018 in dienst bij een uitzendbureau en werkte bij opdrachtgever Vion. Zijn arbeidsovereenkomst werd verlengd tot 2 december 2019. Vanaf 15 maart 2019 werd hij niet meer opgeroepen voor werk. Het uitzendbureau bood hem vervangende werkzaamheden in Apeldoorn aan, die hij weigerde vanwege de reistijd en het ontbreken van passend vervoer.
De uitzendkracht vorderde loonbetaling over de periode vanaf 15 maart 2019 tot de datum van wedertewerkstelling of rechtsgeldige beëindiging, inclusief achterstallig salaris, aanzegvergoeding en toegang tot urenregistraties en salarisspecificaties. Het uitzendbureau stelde dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd en dat het loon opschortbaar was vanwege weigering van passend werk.
De kantonrechter oordeelde dat het uitzendbureau de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig had beëindigd en dat de aangeboden werkzaamheden in Apeldoorn niet als passend konden worden beschouwd. Het uitzendbureau is daarom gehouden het loon door te betalen tot 1 december 2019, inclusief een aanzegvergoeding. Tevens moet het uitzendbureau de gevraagde urenregistraties en salarisspecificaties verstrekken. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst inmiddels was geëindigd.