Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidPCD PRODUCTS B.V.,
2. [A] ,wonende te [woonplaats 1] ,
3. [B] ,wonende te [woonplaats 2] ,
verder samen ook te noemen PCD,
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 4 maart 2020 uitspraak gedaan in de zaak tussen PCD Products B.V. en ABN AMRO Bank N.V. De rechtbank vernietigt de kredietovereenkomst op grond van dwaling, omdat PCD een ander krediet ontving dan aangevraagd en essentiële kenmerken zoals kredietlimiet en looptijd niet overeenkwamen. ABN AMRO had PCD hierover onvoldoende geïnformeerd.
De ongedaanmaking van de overeenkomst houdt in dat PCD het geleende bedrag van €175.634,52 aan ABN AMRO moet terugbetalen. De rechtbank wijst verrekening en schadevergoeding af, omdat PCD onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden door het krediet. De vermeende winstderving en gemiste geldstromen zijn niet realistisch onderbouwd en het gebrek aan werkkapitaal wordt niet aan ABN AMRO toegerekend.
De borgstelling van de staat kan niet ongedaan worden gemaakt, maar ABN AMRO moet het bedrag dat zij van de staat ontving niet behouden als onredelijk voordeel. De vorderingen van PCD tot vernietiging van algemene voorwaarden, ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders en ongedaanmaking BKR-registratie worden afgewezen.
De vorderingen in reconventie van ABN AMRO worden grotendeels afgewezen, behalve de terugbetaling van €175.634,52. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd wegens dwaling en PCD moet €175.634,52 aan ABN AMRO terugbetalen, schadevergoeding wordt afgewezen.