Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[X],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats],
BKBD BV,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een vordering van [X], een besloten vennootschap die financiële en juridische dienstverlening aanbiedt, tegen BKBD BV, een beveiligingsbedrijf, tot betaling van openstaande facturen en bijkomende kosten. [X] baseert haar vordering op een mondelinge overeenkomst die bevestigd zou zijn per e-mail, waarbij een maandbedrag en aanvullende kosten zouden zijn afgesproken.
BKBD betwist het bestaan van een overeenkomst met [X] en stelt dat afspraken alleen zijn gemaakt met [A], handelend als eenmanszaak, en dat het maandbedrag later is komen te vervallen. Tevens voert BKBD verrekening aan vanwege een strafrechtelijke aangifte wegens verduistering.
De rechtbank oordeelt dat de afspraken tussen [A] en [B]/BKBD zijn gemaakt en dat [X] niet heeft onderbouwd dat deze aanspraken zijn overgegaan op haar. Hierdoor is geen overeenkomst tussen [X] en BKBD vastgesteld en kan de vordering niet worden toegewezen. Daarnaast is de vordering gebrekkig onderbouwd en is het gevorderde bedrag niet duidelijk gespecificeerd.
De vordering wordt afgewezen en [X] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter A.M. Koene en op 10 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van facturen wordt afgewezen wegens ontbreken van een overeenkomst met eiser.