ECLI:NL:RBOVE:2020:1141

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 februari 2020
Publicatiedatum
16 maart 2020
Zaaknummer
C/08/243588 / FA RK 20-248
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Overijssel heeft op 25 februari 2020 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene vertoont ernstig nadeel door lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Na het staken van medicatie namen de psychotische symptomen toe, en betrokkene veroorzaakte recent brand in haar woning zonder hierop te reageren.

Tijdens de mondelinge behandeling waren meerdere zorgverleners aanwezig, terwijl betrokkene zelf niet wilde deelnemen aan de zitting. De rechtbank stelde vast dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren.

De verleende zorgmachtiging omvat onder meer het beperken van bewegingsvrijheid, insluiting, opname in een accommodatie, toediening van vocht, voeding en medicatie, en onderzoek aan kleding of lichaam, voor de duur van drie maanden tot 25 mei 2020. De rechtbank achtte de maatregelen evenredig en noodzakelijk, conform de wettelijke criteria van de Wvggz.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Almelo
Zaak-/rekestnr.: C/08/243588 / FA RK 20-248
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 februari 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren [1964] , [geboorteplaats]
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende te Mediant, locatie De Opmaat, te Hengelo (O),
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.A.A.M. Rupert te Haaksbergen.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 februari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de zorgkaart d.d. 28 januari 2020;
- het zorgplan d.d. 3 februari 2020;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 28 januari 2020;
- een medische verklaring, d.d. 30 januari 2020;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen en de Wvggz;
- het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke- en justitiële gegevens voor betrokkene zijn.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 februari 2020, bij Mediant, locatie De Opmaat, te Hengelo (O).
1.3
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- [A] , verpleegkundig specialist;
- [B] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige (FACT-team);
- [C] , arts;
- [D] , verpleegkundige.
1.4
De officier van justitie heeft kenbaar gemaakt een nadere toelichting of motivering van het verzoek niet nodig te achten en daarom niet ter zitting te zullen verschijnen.
1.5
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De rechter heeft betrokkene bezocht in de Extra Beveiligde Kamer (EBK) en in de gelegenheid gesteld zich te doen horen. Betrokkene heeft geen antwoord gegeven op de vragen van de rechter. De behandeling van het verzoek heeft vervolgens zonder de aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.

2.Beoordeling

2.1
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De rechtbank is van oordeel dat de stoornis tot ernstig nadeel leidt. Dit nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. In het afgelopen jaar heeft betrokkene na afloop van de rechterlijke machtiging is betrokkene in samenspraak met de behandelaren overgestapt op orale medicatie. Echter bleek al snel dat betrokkene deze vorm van medicatie staakte, waarna de psychotische verschijnselen toenamen. Betrokkene is op dit moment apathisch en reageert niet op aanspreken. In het afgelopen weekend heeft betrokkene brand veroorzaakt in haar eigen huis. Zij heeft de kookplaat niet uitgezet en de pannen met eten er op laten staan. Betrokkene reageerde daarbij niet op het brandalarm. Er was sprake van rookontwikkeling in het huis. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en weigert elke vorm van hulpverlening.
2.2
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.3
De advocaat heeft gesteld dat zij meermaals heeft verzocht om met betrokkene in gesprek te gaan. Echter betrokkene heeft hier niet op gereageerd. De advocaat concludeert daarom dat betrokkene het niet eens is met het verzoek. Betrokkene wenst afwijzing van het verzoek. Echter, volgens de advocaat is er voldaan aan de wettelijke criteria. Gelet daarop refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.4
De psychiater en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige hebben tijdens de mondelinge behandeling het volgende kenbaar gemaakt. Voordat betrokkene met een crisismaatregel werd opgenomen, was er een zorgmachtiging aangevraagd voor het verlenen van verplichte zorg. De situatie is in het afgelopen weekend dusdanig verergerd dat betrokkene met een crisismaatregel is opgenomen. Tijdens een crisismaatregel kan er onder dwang alleen noodmedicatie worden toegediend indien de situatie dit vereist en betrokkene dit weigert. Betrokkene weigert medicatie waardoor zij nog steeds psychotisch is en een behandeling nog niet van de grond is gekomen. In het verleden is gebleken dat betrokkene goed functioneert met medicatie. Het is noodzakelijk dat betrokkene opnieuw wordt ingesteld op medicatie, hetgeen enige tijd in beslag zal nemen. Bovendien zijn er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Een machtiging tot verlenen van zorg is daarom meer voor de hand liggend dan het verlengen van de crisismaatregel.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
- beperken van de bewegingsvrijheid, voor de duur van drie maanden;
- insluiten, voor de duur van drie maanden;
- opnemen in een accommodatie, voor de duur van drie maanden;
- toedien van vocht, voeding en medicatie, voor de duur van drie maanden;
- onderzoek aan kleding of lichaam, voor de duur van drie maanden.
2.5
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg al bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van drie maanden, en geldt aldus tot en met 25 mei 2020.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren [1964] te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid, voor de duur van drie maanden;
- insluiten, voor de duur van drie maanden;
- opnemen in een accommodatie, voor de duur van drie maanden;
- toedien van vocht, voeding en medicatie, voor de duur van drie maanden;
- onderzoek aan kleding of lichaam, voor de duur van drie maanden.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 mei 2020.
Deze beschikking is op 25 februari 2020 mondeling gegeven door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door A.G.M. Wispels als griffier, en op 4 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.