Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2020:1200

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 januari 2020
Publicatiedatum
19 maart 2020
Zaaknummer
242401 FT RK 20/9
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 4 FaillissementswetArt. 292 lid 3 FaillissementswetArt. 361 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoeker niet-ontvankelijk in tweede verzoek tot toelating schuldsanering wegens ontbreken nieuwe feiten

Op 12 november 2019 wees de rechtbank Overijssel het verzoek van verzoeker tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Verzoeker diende vervolgens eenzelfde verzoek opnieuw in, zonder nieuwe feiten of omstandigheden aan te voeren. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro, welke bij beschikking werd afgewezen.

De rechtbank besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren in het hernieuwde verzoek tot schuldsanering, omdat het verzoek geen nieuwe feiten bevatte ten opzichte van het eerdere verzoek. Het eerdere vonnis van 12 november 2019 werd als herhaald en ingelast beschouwd.

De rechtbank wees er nadrukkelijk op dat verzoeker hoger beroep had kunnen instellen tegen de eerdere afwijzing, maar dit niet heeft gedaan. De uitspraak werd gedaan zonder verzoeker te horen, en er werd gewezen op het recht op hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak, dat alleen door een advocaat kan worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van nieuwe feiten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht
Zittingsplaats Almelo
rekestnummer: 242401 FT RK 20/9
uitspraakdatum: 9 januari 2020
Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken op het verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren [1987] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
verder [verzoeker] te noemen.
Bij beschikking van deze rechtbank van 19 maart 2019 is over alle goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [verzoeker] , bewind ingesteld, waarbij [A] (handelend onder de naam Profez Noltes), gevestigd te Oldenzaal, tot (beschermings)bewindvoerder is benoemd.

Het procesverloop

Bij vonnis van 12 november 2019 is een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [verzoeker] afgewezen.
Thans heeft [verzoeker] hetzelfde verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling opnieuw ingediend tesamen met een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro. Op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is bij beschikking van vandaag afwijzend beslist.
De rechtbank zal vandaag uitspraak doen op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder [verzoeker] op zijn verzoek te horen.

De beoordeling

De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank zal [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsanering, omdat er ten opzichte van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dat op 12 november 2019 is afgewezen geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd. .Het vonnis van 12 november 2019 wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.
De rechtbank wijst er ten overvloede op indien [verzoeker] een inhoudelijke herbeoordeling van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had gewenst, hij van het vonnis van 12 november 2019 hoger beroep had kunnen instellen, hetgeen hij heeft nagelaten.

De beslissing

De rechtbank:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling;
Gewezen door mr. M.M. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2020, in tegenwoordigheid van de griffier [1] .