Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
CAPRA ADVOCATEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,
wonende te [plaats] ,
1.De procedure
Door betrokkene aangegeven reden van weigering:wil de zitting niet bijwonen”.
Rechtbank Overijssel
Werkgeefster Capra verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werkneemster, die gedetineerd is na veroordeling voor poging tot doodslag en bedreiging. De werkneemster is niet verschenen in de procedure en heeft geen verweer gevoerd.
De kantonrechter oordeelt dat de detentie en het ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer een redelijke grond vormen voor ontbinding op basis van de h-grond. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 10 maart 2020. Herplaatsing is niet mogelijk en de werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd vanwege het ernstig verwijtbaar handelen.
Daarnaast wordt de werknemer veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2020.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 10 maart 2020 zonder transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.