ECLI:NL:RBOVE:2020:1244
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Stoové
- A.M.G. Ellenbroek
- T.M. van Wanrooij
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij ontucht met minderjarige
De rechtbank Overijssel behandelde op 24 maart 2020 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een meisje onder de zestien jaar, gepleegd in de nacht van 20 op 21 mei 2017 te Hengelo.
Tijdens de openbare terechtzitting op 10 maart 2020 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie vorderde vrijspraak, terwijl de verdediging eveneens vrijspraak bepleitte. De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat zij bevoegd was om kennis te nemen van de zaak.
De kern van het bewijs bestond uit de verklaring van het vermeende slachtoffer. De verdachte ontkende de tenlastelegging. De rechtbank oordeelde dat de enkele verklaring van het slachtoffer onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen, omdat er geen aanvullend bewijs was dat deze verklaring op essentiële punten ondersteunde. Getuigenverklaringen van horen zeggen werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd.
De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer wel betrouwbaar en consistent, maar concludeerde dat het bewijsminimum niet was gehaald. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte was vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontucht met minderjarige.