Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
primairten laste gelegde feit heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
primairten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
€ 3.728,19(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2018);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.728,19, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
74 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- Hypothese 1: De bemonsteringen bevatten DNA van het slachtoffer [slachtoffer] en van verdachte [verdachte] .
- Hypothese 2: De bemonsteringen bevatten DNA van het slachtoffer [slachtoffer] en een willekeurige, onbekende persoon.