Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [plaats] ,
DE EENVOUD,
wonende te Kampen,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek van werknemer
hoofdzaak:
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad op 1 juli 2019 in dienst bij De Eenvoud als algemeen medewerker uitvaartverzorging. De arbeidsovereenkomst was tijdelijk tot 31 januari 2020, maar werd via een vaststellingsovereenkomst beëindigd per 31 oktober 2019. De werknemer bleef echter in overleg met werkgever doorwerken.
Op 21 november 2019 sprak de werkgever het ontslag op staande voet uit via een WhatsApp-bericht en een brief, waarin meerdere verwijten werden genoemd zoals het laten vallen van een overledene en het indienen van onjuiste declaraties. De werknemer betwistte deze verwijten en stelde dat de reden van ontslag niet duidelijk was en niet onverwijld was meegedeeld.
De kantonrechter oordeelde dat de dringende reden die tot het ontslag leidde niet onverwijld aan de werknemer was meegedeeld, omdat de werkgever een crucale omstandigheid die de ontslaggrond vormde niet aan de werknemer had gemeld. Hierdoor kon de werknemer zich niet beraden op de reden van ontslag, wat het ontslag vernietigbaar maakt.
De arbeidsovereenkomst werd geacht stilzwijgend verlengd tot 29 februari 2020. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging en rente over de periode na het ontslag tot het einde van de arbeidsovereenkomst, alsmede tot betaling van een transitievergoeding en buitengerechtelijke kosten. Het verzoek van werkgever tot betaling wegens schending van geheimhoudingsplicht werd afgewezen.
De kantonrechter verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelde werkgever in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, vakantiegeld, transitievergoeding en kosten.