Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
twee jaarals bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[A] , WED.V. [B] ,
Procesverloop
telefonischplaatsgevonden op 6 april 2020.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 6 april 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, Alzheimer, in een zorginstelling. Het verzoek betrof een opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar, maar de rechtbank oordeelde dat dit verzoek als een eerste machtiging moet worden beschouwd, waardoor de maximale duur zes maanden bedraagt.
De cliënt, wonende in een psychiatrisch ziekenhuis, lijdt aan ernstige dementie die leidt tot ernstig nadeel zoals verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De cliënt verzet zich tegen de voortzetting van het verblijf. De rechtbank heeft op basis van de ingediende medische verklaringen, het zorgplan en de hoorzitting, waarbij ook de dochter en een arts werden gehoord, vastgesteld dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen.
Vanwege de COVID-19 maatregelen vond de behandeling telefonisch plaats. De rechtbank benadrukte het belang van volksgezondheid en veiligheid, waardoor persoonlijke hoorzittingen werden vermeden. De rechtbank besloot de machtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, tot en met 6 oktober 2020, en wees het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden aan de cliënt.