ECLI:NL:RBOVE:2020:160

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 januari 2020
Publicatiedatum
20 januari 2020
Zaaknummer
8124741 \ CV EXPL 19-6248
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:502 BWArt. 7:505 BWRichtlijn (EU) 2015/2302
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing naleving precontractuele informatieverplichtingen bij pakketreisovereenkomst

In deze zaak staat de vraag centraal of TUI Nederland heeft voldaan aan haar wettelijke informatieverplichtingen voorafgaand aan het sluiten van een pakketreisovereenkomst met de gedaagde. De overeenkomst werd telefonisch gesloten en TUI stelt dat alle voorwaarden en verplichte informatie tijdens dit gesprek zijn besproken en bevestigd in de boekingsbevestiging.

De rechtbank toetst ambtshalve of aan artikel 7:502 BW Pro is voldaan. Dit artikel vereist dat de organisator de reiziger voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst standaardinformatie verstrekt, waarbij bij telefonische overeenkomsten specifieke regels gelden. TUI draagt de bewijslast voor naleving van deze informatieverplichtingen.

De rechtbank constateert dat TUI onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd over de inhoud en wijze van het telefoongesprek. De boekingsbevestiging bevat niet de verplichte Basisrechten uit de richtlijn, waardoor niet blijkt dat deze informatie vooraf telefonisch is verstrekt. De rechtbank geeft TUI nog een laatste mogelijkheid om zich hierover uit te laten en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere toelichting over de naleving van informatieverplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 8124741 \ CV EXPL 19-6248
Vonnis van 14 januari 2020
in de zaak van
de naamloze vennootschap
TUI NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Rijswijk,
eisende partij, hierna te noemen Tui,
gemachtigde: P.F. van den Berg,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 november 2019
- de akte van Tui.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter – onder andere – Tui in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij heeft voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen van artikel 7:502 BW Pro onder overlegging van bewijsstukken.
2.2.
Tui heeft gesteld dat zij met [gedaagde] telefonisch een overeenkomst is aangegaan voor een pakketreis. Volgens haar zijn alle voorwaarden in dit telefoongesprek besproken en heeft zij nadien de afspraken bevestigd in de boekingsbevestiging, waarbij zij tevens de voorwaarden aan [gedaagde] heeft meegezonden. Tui heeft verder gesteld dat zij heeft voldaan aan artikel 7:502 BW Pro. Volgens Tui heeft zij alle verplichte informatie vooraf kenbaar gemaakt en heeft zij deze informatie opgenomen in de boekingsbevestiging.
Het wettelijke kader.
2.3.
Ingevolge artikel 7:502 lid 1 BW Pro moet de organisator aan de reiziger verstrekken, voordat deze is gebonden door de pakketreisovereenkomst, de standaardinformatie door middel van een formulier als bedoeld in bijlage I, deel A of deel B van de richtlijn (EU) 2015/2302 (de Richtlijn) en de in lid 1 genoemde informatie.
2.4.
Artikel 7:502 lid 2 BW Pro voorziet in de gevallen waarin een pakketreisovereenkomst telefonisch is aangegaan. In dat geval moet de organisator de standaardinformatie als bedoeld in bijlage I, deel B van de Richtlijn en de informatie van lid 1 aan de reiziger verstrekken. Deze informatie mag telefonisch worden verstrekt.
2.5.
Ingevolge artikel 7:505 BW Pro rust op Tui de bewijslast dat zij de informatievoorschriften van artikel 7:502 BW Pro heeft nageleefd.
Heeft Tui voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen?
2.6.
Nu de overeenkomst telefonisch is aangegaan, is artikel 7:502 lid 2 BW Pro van toepassing. Tui heeft gesteld dat zij ‘alle voorwaarden’ in het telefoongesprek heeft besproken met [gedaagde] en dat zij ‘alle verplichte informatie’ vooraf kenbaar heeft gemaakt. Zij heeft echter geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt hoe dit telefoongesprek is verlopen, welke informatie zij precies heeft verstrekt en hoe zij deze informatie aan [gedaagde] heeft verstrekt. Volgens Tui heeft komt de informatie die zij aan [gedaagde] heeft verstrekt terug in de boekingsbevestiging. Nu in deze bevestiging de Basisrechten krachtens de Richtlijn (Bijlage I, deel B) niet opgenomen, blijkt dus niet dat deze informatie telefonisch voorafgaand aan de overeenkomst aan [gedaagde] is verstrekt.
2.7.
De kantonrechter is voorshands van oordeel dat Tui niet heeft voldaan aan haar wettelijke precontractuele informatieverplichtingen. Zij zal Tui echter nog eenmaal in
de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten en de in rechtsoverweging 2.6. genoemde feiten en omstandigheden toe te lichten.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 11 februari 2020, waarop Tui zich schriftelijk kan uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.6.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2020. (SK)