Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd te Rijswijk,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
In deze zaak staat de vraag centraal of TUI Nederland heeft voldaan aan haar wettelijke informatieverplichtingen voorafgaand aan het sluiten van een pakketreisovereenkomst met de gedaagde. De overeenkomst werd telefonisch gesloten en TUI stelt dat alle voorwaarden en verplichte informatie tijdens dit gesprek zijn besproken en bevestigd in de boekingsbevestiging.
De rechtbank toetst ambtshalve of aan artikel 7:502 BW Pro is voldaan. Dit artikel vereist dat de organisator de reiziger voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst standaardinformatie verstrekt, waarbij bij telefonische overeenkomsten specifieke regels gelden. TUI draagt de bewijslast voor naleving van deze informatieverplichtingen.
De rechtbank constateert dat TUI onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd over de inhoud en wijze van het telefoongesprek. De boekingsbevestiging bevat niet de verplichte Basisrechten uit de richtlijn, waardoor niet blijkt dat deze informatie vooraf telefonisch is verstrekt. De rechtbank geeft TUI nog een laatste mogelijkheid om zich hierover uit te laten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere toelichting over de naleving van informatieverplichtingen.