Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
[gedaagde in conventie] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een kort geding tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever over achterstallig salaris, vakantiegeld, niet genoten vakantie- en ATV-uren, en diverse tegenvorderingen van de werkgever.
De werknemer trad in 2016 in dienst en beëindigde de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2020. Hij vordert betaling van achterstallig salaris en vergoedingen conform de CAO Metaal & Techniek. De werkgever betwist de urenregistratie en stelt dat de werknemer minder uren heeft gewerkt, daarnaast stelt zij diverse tegenvorderingen wegens min-uren, onkostenvergoedingen, privégebruik van materialen en auto.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer aannemelijk heeft gemaakt dat hij de volledige werkweek heeft gewerkt tot aan zijn ziekte en wijst de loonvorderingen toe. De verrekening van min-uren wordt afgewezen, maar de werkgever krijgt deels gelijk in haar tegenvorderingen wegens onterecht betaalde onkostenvergoedingen, privégebruik van materialen en ongerechtvaardigde verrijking door gebruik van een auto.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvorderingen toe, wijst de verrekening van min-uren af, kent deels de tegenvorderingen toe en compenseert de proceskosten.