De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1977, op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Hoewel de wet vereist dat bij het verzoek een medische verklaring van een ter zake kundige arts wordt overgelegd, ontbrak deze verklaring in dit dossier. De rechtbank stond hierdoor voor een dilemma, maar besloot op grond van de uitzonderlijke omstandigheden toch de machtiging te verlenen.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19-maatregelen via Skype plaatsvond, werden de advocaat van betrokkene, de mentor, een medewerker van het CIZ en een psychiater gehoord. Betrokkene zelf werd niet gehoord omdat dit haar emotionele toestand zou schaden. De rechtbank concludeerde dat de geestestoestand van betrokkene ernstig was: zij lijdt aan zwakbegaafdheid, een disruptieve- en impulsbeheersingsstoornis en kenmerken van een autismespectrumstoornis. Zij is emotioneel instabiel, kan niet voor zichzelf zorgen en vertoont agressief gedrag, mede onder invloed van alcohol.
De rechtbank nam mee dat het ontbreken van de medische verklaring veroorzaakt werd door de coronamaatregelen en de terughoudendheid van psychiaters om een verklaring af te geven, mede omdat opname in een psychiatrisch ziekenhuis niet passend wordt geacht. Gezien de ernst van de situatie en het gevaar voor betrokkene, waaronder het zich bevinden in een gevaarlijke situatie langs het treinspoor, oordeelde de rechtbank dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven.
De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van drie maanden, met als doel betrokkene te laten verblijven in een passende verpleeginstelling die aansluit bij haar verstandelijke handicap en behoefte aan structuur en begeleiding. De beschikking werd op 24 april 2020 mondeling gegeven en op 8 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.