Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[verzoeker 1] ,
[verzoeker 2],
[verzoeker 3],
[verzoeker 4],
[verzoeker 5],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoekers, verdachten in meerdere strafzaken, verzochten wraking van de rechter-commissaris vanwege diens beslissing om getuigenverhoren via video op 10 februari 2020 door te laten gaan zonder aanwezigheid van hun raadslieden. De raadslieden waren allen verhinderd en stelden dat schriftelijke vragen geen reële optie waren.
De rechter-commissaris handhaafde de datum omdat deze door Duitse autoriteiten was vastgesteld en niet gewijzigd kon worden. Hij beriep zich op het belang van voortgang van de procedure en het vertrouwen dat raadslieden vervanging zouden regelen. Het Openbaar Ministerie steunde dit standpunt en stelde dat procesbeslissingen geen grond voor wraking vormen.
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de rechter-commissaris zich welwillender had kunnen opstellen en alternatieven had kunnen onderzoeken, de beslissing niet onbegrijpelijk was en geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverde. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.