Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[verzoekster] ,
[verzoeker],
Rechtbank Overijssel
Op 4 maart 2020 hebben verzoekers een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A. Flos, rechter belast met de behandeling van een gezagszaak. Verzoekers stelden dat mr. Flos onpartijdigheid zou missen omdat hij ondanks hun argumenten toch tot behandeling van de zaak was overgegaan.
Mr. Flos ontkende elke schijn van partijdigheid en gaf aan geen inhoudelijk oordeel over de zaak te hebben gevormd. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die objectief de vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.
Omdat verzoekers geen onderbouwing boden, werd het wrakingsverzoek als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Tevens constateerde de wrakingskamer dat verzoekers meerdere wrakingsverzoeken hadden ingediend zonder gegronde redenen, wat werd aangemerkt als misbruik van recht. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze gezagsprocedures niet meer in behandeling worden genomen.
De beslissing werd op 13 maart 2020 in Almelo openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit A.E. Zweers, E. Venekatte en F. Koster. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en toekomstige wrakingsverzoeken in deze gezagsprocedures worden niet in behandeling genomen.