Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 22 oktober 2018 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, een of meer goed(eren), te weten twee speaker(s)/geluidsbox(en) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] van 18 januari 2019;
- het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2019 (pag. 40);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 27 februari 2019 (pag. 45 en 46);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 5 maart 2019 (pag. 76 en 77);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal van aangifte namens [supermarkt 1] van 4 maart 2019 (pag. 86 en 87);
- het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2019 (pag. 88 en 89);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal van bevindingen van 25 oktober 2018 (pag. 180);
- het proces-verbaal onderzoek wapen van 3 december 2018 (pag. 196 en 197);
- het proces-verbaal onderzoek wapen van 3 december 2018 (pag. 204 en 205);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal onderzoek wapen van 4 december 2018 (pag. 210);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal van aangifte namens [stichting] van 29 maart 2018 (pag. 133);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] van 17 december 2018 (pag. 4 en 5);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 6 september 2019, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
[aangever 1]wordt gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 150,00 aan materiële kosten (nieuwe scootersloten), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
[aangever 7], wordt gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit een bedrag van € 1.150,00 omdat de scooter total loss was. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 350,00 gevorderd voor benzine kosten omdat zijn moeder hem naar stage moest brengen.
[aangever 1]niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. De raadsman merkt op dat de vordering goed onderbouwd en redelijk is voor het geval de rechtbank niet tot een vrijspraak komt.
[aangever 7]dient in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat er geen sprake is van materiële schade en het causaal verband tussen de heling en de schade ontbreekt.
[aangever 5]dient niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat de schade niet is onderbouwd en niet vast te stellen is hoeveel schade de benadeelde heeft geleden.
[aangever 1]. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 150,00 toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[aangever 7]kan daarom thans in zijn vordering niet worden ontvangen en kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
[bedrijf 18] / [bedrijf 9] , [naam 17] , [naam 8] en [naam 12]hebben betrekking op het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. Nu verdachte van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op deze benadeelden wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partijen op de voet van artikel 361, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.
[aangever 5]opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade niet is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
374 dagen (driehonderdenvierenzeventig) dagen;
180 (honderden tachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat veroordeelde:
bijzondere voorwaardendat veroordeelde:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
schadevergoedingen
[aangever 1](feit 1): van een bedrag van € 150,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2018);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 150,00te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[aangever 7](feit 3) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[naam 17] , [naam 8] en [naam 12](feit 1) en
[bedrijf 18] / [bedrijf 9] ,(feit 2): in het geheel niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen, en dat de benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
parketnummer 08-000250-19:
[aangever 5]: in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
Ik, verbalisant, ken de [verdachte] ambtshalve. Ik herkende verdachte aan zijn gelaat, postuur en aan zijn jas. Ik herkende de verdachte omdat ik op 24 november 2018 een foto van verdachte heb ontvangen op de groepsapp van de politie waarop verdachte was aangetroffen en gecontroleerd in Almelo. Hij droeg op dat moment dezelfde jas als bij de poging tot diefstal van de scooter.
Door de politie Almelo werd de herkenning gevraagd van de op de afbeelding getoonde persoon. De persoon op de videobeelden herken ik als [verdachte] . Ik, verbalisant, ken de bovengenoemde persoon ambtshalve.
:
heeft wel eens een Pool benaderd om pakketjes voor hem op te halen. Dit ging om een bougiekabelset.
had de auto kapot en hij had geen geld om het te laten repareren. [verdachte] zei toen: "Kunnen we dat niet achteraf betalen doen?" Toen kwam deze map te voorschijn met alle namen en gegevens van de personen die we hebben gebruikt.
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 16 januari 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 4);
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] van 29 januari 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 10);