ECLI:NL:RBOVE:2020:2159
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling burengeschil over overhangende takken en hinder door Zweedse meelbes
In deze zaak staat een burengeschil centraal over een Zweedse meelbes die op het perceel van [Y] staat en hinder veroorzaakt bij buurman [X]. [X] klaagt over vallende bladeren, takken en bessen die overlast en schade veroorzaken, zoals verstopping van dakgoten en overlast in huis. [Y] heeft de boom laten keuren en onderhoudsmaatregelen getroffen en wil de boom behouden vanwege het plezier en de natuurwaarde.
De kantonrechter stelt vast dat de boom te dicht bij de erfgrens staat, maar verwijzing tot verwijdering verjaard is omdat de boom al ruim 40 jaar staat. De hinder wordt erkend, maar gelet op de omstandigheden, zoals het feit dat de boom er stond voordat [X] kwam wonen en dat de hinder niet het hele jaar is, wordt deze niet als onrechtmatig beoordeeld. Ook de gesteltak, een belangrijk deel van de boom, mag blijven vanwege de impact op de boom bij verwijdering.
Wel moeten de overhangende takken die boven het erf van [X] hangen worden teruggesnoeid, zodat deze niet meer over het erf hangen. Deze takken moeten ook daarna eens per twee jaar worden onderhouden. [Y] krijgt hiervoor drie maanden de tijd, waarna [X] het zelf mag doen als zij dit nalaat. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De boom mag blijven staan, maar overhangende takken moeten binnen drie maanden worden teruggesnoeid en periodiek onderhouden.