Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties,
- de schriftelijke reactie van de man op de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling op 5 juni 2020, die vanwege de maatregelen in verband met het corona-virus via een Skype-verbinding heeft plaatsgevonden. De vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man zijn verschenen.
2.De feiten
3.Het geschil
I. de man te bevelen om binnen een week na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan verkoop van de woning, waarbij door een door de vrouw aan te wijzen makelaar de vraag- en verkoopprijs zal worden bepaald, zij het zoveel mogelijk in overleg met partijen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
(lees: dit vonnis, toevoeging van de voorzieningenrechter), voor zover nodig, in de plaats treedt van de medewerking van de man aan de verkoop en levering van de woning;
4.De beoordeling
artikel 254 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt immers dat de voorzieningenrechter alleen in spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd is om deze te geven.