Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
- de van de zijde van [eiser] overgelegde producties 5 en 6,
2.De feiten
[A] , de moeder van [gedaagde ] . [A] is vertrokken uit het gehuurde en [gedaagde ] is blijven wonen.
2.4. Bij aangetekende brief van 6 januari 2020 van [medewerker vastgoedbeheer] (hierna: [medewerker vastgoedbeheer] ), werkzaam bij [B] , is aan [gedaagde ] onder meer het volgende meegedeeld:
‘
(…) Zoals hedenmiddag tijdens ons gesprek samen met de heer [eiser] bij jou persoonlijk aangegeven zeggen wij jou namens verhuurder de huurovereenkomst op aangaande de [het adres 2] per 1 mei 2020. Reden van opzegging zijn de meervoudige klachten omtrent overlast (…)’.
‘(…) Reeds eind oktober 2019 hebben we u aangesproken op uw gedrag welke plaatsvond aan zowel de voorzijde als aan de achterzijde van de door u gehuurde woning aan de [het adres 2] . Het betrof hier het schreeuwen en intimideren van en naar derden (zowel overdag als ’s nachts). Hiervoor hebben wij u toen gewaarschuwd en u beloofde beterschap. Vervolgens krijgen wij eind december (28e?) van enkele medebewoners klachten over intimiderend gedrag naar een medebewoner/derden. Het spreekt natuurlijk voor zich dat dit absoluut ontoelaatbaar is. De verhuurder wil u nog eenmaal voor de allerlaatste keer waarschuwen. Er dient nimmer meer overlast op welke wijze dan ook door u plaats te vinden. De gedane huuropzegging per 1 mei 2020 zal verhuurder bij deze intrekken op voorwaarde dat u nimmer meer voor overlast zorgt (…)’.
- een klacht van [medebewoner 1 appartementencomplex] d.d. 24 december 2019,
- een klacht van [medebewoner 2 appartementencomplex] d.d. 25 december 2019,
- een klacht van [medebewoner 4 appartementencomplex] d.d. 25 februari 2020,
- een klacht van [medebewoner 2 appartementencomplex] d.d. 13 maart 2020,
- een klacht van [medebewoner 1 appartementencomplex] d.d. 13 maart 2020,
- een klacht van [medebewoner 3 appartementencomplex] d.d. 19 maart 2020,
- een klacht van [medebewoner 4 appartementencomplex] d.d. 1 april 2020,
- een klacht van [medebewoner 3 appartementencomplex] d.d. 22 april 2020.
19 maart 2020. Voor zover van belang staat hierin opgenomen dat:
3.Het geschil
De vordering
II. in de (na)kosten van deze procedure.