Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
M. Hoekstra en van wat door verdachte en de raadsvrouw mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
een bankje en/of
dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten
waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.
- een iPhone en
- die [slachtoffer 1] om zijn nek te pakken en daarbij de woorden toe te voegen: "Kom maar mee naar de auto, daar praten we verder" en
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
- 177 van de Wegenverkeersweg 1994;
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
mishandeling;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
€ 353,53, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit reiskosten.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
mishandeling;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
meldt bij ReclasseringNederland, Dobbe 70, 8003 CD in Zwolle of telefonisch via 088-8041403 en zich daarna aldaar blijft melden op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat binnen de proeftijd nodig acht;
gedragsinterventie Covaof een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering. Verdachte zal zich dan houden aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met
[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2003,
[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1987,
[medeverdachte] , geboren [geboortedatum 4] 1999,
dagbestedingin de vorm van scholing of werk;
positief en steunend sociaal netwerk;
gedragsverandering;
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
€ 300,00 (driehonderd) euro;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
6 dagen;
benadeelde partij [slachtoffer 2](feit 3) van een bedrag van
€ 353,53 (zegge: driehonderddrieënvijftig euro en drieënvijftig cent),te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2019;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 353,53,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
7 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;