De burgemeester van Oldenzaal besloot tot tijdelijke sluiting van twee woningen nadat in deze panden drugs en een hennepkwekerij werden aangetroffen. In één woning werden tientallen zakjes wiet, nepvuurwapens en contant geld gevonden; in de andere woning een actieve hennepkwekerij met 156 planten en illegale stroomaftap.
De eigenaar van de woning met de drugs vond de sluiting onterecht en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit. De rechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat de aangetroffen hoeveelheid drugs de grens voor eigen gebruik ruimschoots overschreed en er sprake was van een tweede overtreding binnen vijf jaar.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de sluiting noodzakelijk en evenredig was, mede vanwege het belang van het woon- en leefklimaat en het signaal tegen drugscriminaliteit. De belangen van verzoeker, zoals financiële gevolgen en woonlasten, waren onvoldoende onderbouwd om van sluiting af te zien. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.