ECLI:NL:RBOVE:2020:2936
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor hennepdeal en bezit hennepkwekerijmaterialen
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak tegen twee mannen, een 44-jarige uit Vroomshoop en een 40-jarige uit Almelo, die werden verdacht van het dealen van hennep en het bezit van materialen bestemd voor hennepkwekerijen in de periode van juni tot december 2015.
Het onderzoek maakte deel uit van een groter onderzoek naar een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige hennepteelt en -handel. De verdenkingen waren gebaseerd op anonieme meldingen, camerabeelden en afgeluisterde gesprekken. De officier van justitie vorderde vrijspraak, en ook de verdediging pleitte voor vrijspraak.
De rechtbank constateerde dat het dossier vooral uit aannames en suggesties bestond zonder wettig en overtuigend bewijs dat de verdachten daadwerkelijk betrokken waren bij de ten laste gelegde feiten. Onduidelijkheden over de identiteit van personen op beelden en de inhoud van gesprekken maakten het bewijs onvoldoende.
Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van alle ten laste gelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken op 2 september 2020 door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor hennepdeal en bezit van hennepkwekerijmaterialen.