ECLI:NL:RBOVE:2020:2937
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor hennepdeal en bezit hennepkwekerijmaterialen
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak tegen twee mannen verdacht van het dealen van hennep en het bezit van materialen bestemd voor hennepkwekerijen in Almelo tussen juni en december 2015. Het onderzoek maakte deel uit van een groter onderzoek naar een criminele organisatie die hennep teelde en verkocht.
De officier van justitie vorderde vrijspraak, en ook de verdediging pleitte voor vrijspraak. De rechtbank bekeek camerabeelden, afgeluisterde gesprekken en anonieme tips die leveringen van hennep en gerelateerde goederen aan een derde partij suggereerden. Echter, de beelden en verklaringen waren onduidelijk en bevatten tegenstrijdigheden over de aanwezigheid van verdachten bij de leveringen.
De rechtbank oordeelde dat het dossier vooral uit aannames en suggesties bestond zonder wettig en overtuigend bewijs dat de verdachten daadwerkelijk de ten laste gelegde feiten hadden gepleegd. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel op 2 september 2020.
Uitkomst: Verdachten zijn vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.