Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
in conventie en in reconventie
3.Het geschil
4.De beoordeling
bevoegdwas de betreffende overboekingen naar haar privérekening resp. naar de rekening van haar advocaat te doen, niet doorslaggevend. De bevoegdheid daartoe ontleent zij inderdaad aan de tussen haar en [A] bestaande vennootschapsrechtelijke structuur.
rechtsgrondvoor de overboeking/betaling bestaat. Longlife heeft haar vordering namelijk gegrond op de stelling dat de betreffende overboeking een rechtsgrond ontbeert, als gevolg waarvan sprake is geweest van onverschuldigde betaling. Zij beroept zich, zo begrijpt althans de voorzieningenrechter, op het bepaalde in art. 6:203 BW Pro.
dezelfde partijenmoet worden voortgezet, ook in volgende instanties (HR 17 maart 1961, NJ 1961/310). Dit geldt ook voor een situatie als de onderhavige waarin de eis is ingesteld door een vennootschap onder firma.
€ 980,00