Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 7:zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting;
- feit 5, feit 6:zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering;
- feit 8:zich – al dan niet samen met een ander – schuldig heeft gemaakt aan diefstal, dan wel aan verduistering;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
[mailadres 2], [telefoonnummer 2] . De man vertelde bij dit bedrijf te werken en zette zijn handtekening. De man vertrok met de ring. Naderhand bleek dat [slachtoffer 10] de man niet kent en dat het niet de bedoeling was om de ring op rekening mee te geven. De rekening is niet betaald. Op de camerabeelden is te zien dat de man in een zilvergrijze Peugeot 306 SW, met facelift model van 1996/1997 of later, reed. [slachtoffer 12] en [slachtoffer 10] zijn via Facebook achter de naam van de man gekomen, te weten [verdachte] .
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
vleespakketten en diverse vleessoortenis niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde toewijzen tot een bedrag van € 520,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
het springkussenen
de blowerzijn betwist en onvoldoende onderbouwd. Dat neemt niet weg dat wel is komen vast te staan dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Enkel de (exacte) omvang staat in dit stadium niet vast. De rechtbank ziet aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid om de omvang van de schade te schatten. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de schade voor het springkussen en de blower naar redelijkheid en billijkheid op dit moment vastgesteld kan worden op € 1.000,--. De rechtbank zal de vordering tot zover toewijzen en voor het overige, te weten € 1.750,--, afwijzen.
gemiste huurinkomstenopgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade niet is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen, leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;
5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
[slachtoffer 1](parketnummer 08-060828-20, feit 1) van een bedrag van
€ 520,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 520,--,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
10 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2](parketnummer 08-060828-20, feit 2) in het geheel
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 13](parketnummer 08-060828-20, feit 6) van een bedrag van
€ 1.000,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019);
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 13] voor een deel van € 2.000,-- (gederfde huurinkomsten) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering voor het overige af;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,--,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
20 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 7](parketnummer 08-060828-20, feit 7) van een bedrag van
€ 207,20(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 december 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 207,20,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 december 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
4 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 9](parketnummer 08-060828-20, feit 8) van een bedrag van
€ 1.099,54(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.099,54,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 december 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
20 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;