De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 21-jarige verdachte die werd verdacht van verkrachting op 29 april 2020 in Radewijk. De officier van justitie stelde dat de verdachte door dwang seksuele handelingen heeft verricht tegen de wil van het slachtoffer. Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen en medisch forensisch onderzoek.
De verdediging voerde aan dat er sprake was van consensuele seks en dat het slachtoffer direct aangaf te willen stoppen, wat door de verdachte werd gerespecteerd. De rechtbank oordeelde dat het medisch bewijs geen zekerheid bood over onvrijwillige penetratie en dat de getuigenverklaringen slechts "de auditu" waren, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer zelf.
Gezien het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs voor dwang, sprak de rechtbank de verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat de strafrechter geen straf of maatregel oplegde. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.