Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. P. Koreman en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
€ 16.118,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
€ 4.781,58, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
€ 3.081,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de schadepost voor extra telefoonkosten bij Vodafone ter hoogte van € 81,41.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
2 (twee) jarenop geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [naam 3] , geboren op [geboortedatum 2] 1977, indien en zolang het Openbaar Ministerie dit verbod gedurende de maatregel nodig acht met uitzondering van contactmomenten die noodzakelijk zijn vanwege de kinderen en/of waar de betrokken jeugdzorginstelling(en) dan wel Veilig Thuis nadrukkelijk toestemming voor geeft. De politie zal toezien op handhaving van dit contactverbod;
1 (één) weekvoor
iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan;
dadelijk uitvoerbaaris;
[naam 3]: van een bedrag van € 16.118,96 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 16.118,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 115 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[naam 1]: van een bedrag van € 4.763,87 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.763,87, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 57 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[naam 2]: van een bedrag van € 3.081,41 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.081,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 40 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
mr. J. Mulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H. van den Ham-Pool, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2020.