Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
met zijn zetel te [vestigingsplaats] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
te gebieden uiterlijk binnen twee maanden na deze beschikking de hoogte van het pensioen met ingang van 1 januari 2020 te garanderen op de wijze zoals dat voor die datum gold,
te gebieden uiterlijk binnen 14 dagen na deze beschikking de verdeling van de pensioenpremie met ingang van 1 januari 2020 te handhaven op de wijze zoals dat voor die datum gold, te weten: 70,46 % werkgever en 29,54 % werknemer,
te gebieden de stijging van de pensioenpremie over het jaar 2019 bij de berekening van de winstuitkering over dat jaar buiten beschouwing te laten,
te gebieden de loonontwikkeling van de Cao Metalektro te volgen met ingang van 1 januari 2019,
te gebieden uiterlijk binnen twee maanden na deze beschikking het pensioen per 1 januari 2019 te indexeren uit het daartoe beschikbare indexatiedepot op basis van de CBS-cijfers van oktober 2018 en ook overigens op de wijze zoals dat voor 1 januari 2019 gold,
4.De beoordeling
Het verzoek van de OR
Het ene onderdeel van het besluit betreffende de keuze van de pensioenuitvoerder en het aangaan van de uitvoeringsovereenkomst, laat de OR rusten.". Ook ter zitting heeft de OR verklaard dat hij akkoord gaat met het contracteren door [verweerster] met PME. Aan het besluit van [verweerster] tot het toetreden tot het pensioenfonds PME, is daardoor de nietigheid komen te ontvallen.
blijvenvolgen". Dat betekent volgens de OR dat [verweerster] de loonontwikkeling op het moment van de overstap reeds had moeten volgen, om het te kunnen blijven volgen.
Het indexatiedepot welke verbonden is aan de huidige pensioenregeling zal voor afloop van de huidige regeling worden ingezet voor een eenmalige indexatie bij alle actieve leden.) geen besluit behelst als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub a WOR Pro. Uit hetgeen partijen hierover hebben aangevoerd blijkt immers, dat de discussie gaat over de uitvoering van de pensioenregeling zoals die bij Delta Lloyd/NN bestond en de daarin opgenomen indexatieregeling. Zo voert de OR, in zijn pleitnota, ter toelichting op zijn verzoek op dit punt toe, dat [verweerster] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de vorige pensioenovereenkomst met Delta Lloyd althans Nationale Nederlanden. En de discussie tussen partijen spitst zich vervolgens toe op de vraag hoe het saldo in het indexatiedepot overeenkomstig de toepasselijke reglementen dient te worden verdeeld. Uit niets blijkt dat [verweerster] heeft beoogd de regeling op de grond van de pensioenovereenkomst met NN vast te stellen, te wijzigen of in te trekken. Het gaat om de juiste nakoming van de bestaande regeling. Daarvoor is geen instemming van de OR vereist, zodat het verzoek van de OR op dit punt moet worden afgewezen.